17 juli 2017 • VPHuisartsen • 9 minuten • 846x gelezen 12 reactie(s)

Nieuwe beleidsregel NZa: commentaar VPH

Analyse, Commentaar, Nieuws Op 13 juli jl. heeft de Nederlandse Zorg autoriteit (NZa) de nieuwe beleidsregel met bijbehorende tariefbeschikking gepubliceerd. VPHuisartsen geeft haar commentaar op deze nieuwe beleidsregel.

Deel dit artikel via          

Inleiding

De beschikking heeft als ingangsdatum 1 januari 2018.  De hoogte van het tarief is door de Nederlandse Zorgautoriteit berekend op basis van het recent door Sira Consulting uitgevoerde kostenonderzoek over het boekjaar 2015.

Als VPHuisartsen zijn wij (samen met vertegenwoordigers van LHV, Ineen en ZN) lid geweest van de klankbordgroep die in het leven is geroepen om commentaar te leveren op de opzet van het kostenonderzoek. Bovendien waren we vertegenwoordigd in een groot aantal technische overleggen met de NZa om onze mening te geven over de beslissingen die hebben geleid tot de uitkomst die 13 juli is gepubliceerd. Dit betekent overigens niet dat de VPHuisartsen alle besluiten ondersteunt.

In de nieuwe beleidsregel zien we allereerst een stijging van de tarieven: het consulttarief stijgt naar  € 9,59, het basisinschrijftarief stijgt naar  € 15,63 per kwartaal.
Bovendien wordt er een 85+ module ingevoerd ter compensatie van de extra werklast die deze leeftijdsgroep voor de huisarts met zich meebrengt. Ter ondersteuning van de huisartsen in een achterstandswijk is 10 miljoen euro extra uitgetrokken.

De vergoeding voor S2 prestaties zonder contract maakt ook deel uit van deze beleidsregel en bijbehorende tariefbeschikking. Deze aanpassing komt voort uit de door VPHuisartsen in 2015 gewonnen rechtszaak bij het CBB en de uitspraak die een jaar later werd gedaan. Dit onderdeel vraagt om nadere bestudering en zal in een later stadium becommentarieerd worden in een apart artikel.

De opzet en uitvoering van het kostenonderzoek

  • In afwijking van de vorige kostenonderzoeken, waarbij het onderzoeksbureau (Significant) een compleet rapport opleverde met een uitgebreide analyse van de onderzoeksresultaten, heeft de NZa dit keer gekozen voor een andere opzet: onderzoeksbureau Sira Consulting heeft de ruwe data verzameld van 213 praktijken en deze zijn vervolgens door de NZa geanalyseerd en verwerkt tot een feitenrapport in de vorm van een tabellenboek. Dit rapport is aan de stakeholders gepresenteerd.
  • Opvallend was dat er steeds weer fouten bleken te zitten in de berekeningen, waardoor het heel lang heeft geduurd voordat wij over de ‘correcte’ cijfers konden beschikken.
  • De NZa heeft haar cijfermatige berekeningen laten controleren door een extern en onafhankelijk accountant. Deze vond bij de controle een fout in de berekeningen waardoor de uitkomsten op het laatst werden aangepast.
  • In de relatief kleine groep onderzochte praktijken (ter vergelijking: bij de verloskundigen werd bijna 1/3 van alle 600 praktijken onderzocht) bleken de kleine praktijken ondervertegenwoordigd. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de categorieën klein-middelgroot-groot. Het blijft de vraag in hoeverre dit de representativiteit heeft beïnvloed.
  • De door huisartsen geschatte werklast werd afgerond op maximaal 1 FTE (waarmee 40 uur wordt bedoeld). De gedachte hierachter is dat iedere ambtenaar met dit inkomensniveau regelmatig overwerk verricht en daar ook niet extra voor wordt betaald. Bovendien gaf de NZa aan deze systematiek nu eerstelijns-breed toe te passen. Men hecht aan uniformiteit.

Commentaar VPHuisartsen

Doordat wij steeds weer nieuwe uitkomsten van berekeningen kregen voorgeschoteld, is onze indruk dat de NZa zich heeft vertild aan de opdracht die zij zichzelf heeft gegeven om de analyse van de data zelf uit te voeren. In de maanden mei en juni moest bovendien onder een enorme tijdsdruk worden gewerkt. De stakeholders in het technisch overleg van de NZa werden hierdoor vaak laat geïnformeerd over nieuwe gegevens en hadden weinig tijd om hierop te reflecteren. VPHuisartsen kan er dan ook niet voor 100% van overtuigd zijn dat er nu geen fouten meer in de berekening zitten, temeer daar we ook geen beschikking hebben over de ruwe data.

Het onderzoek is uitgevoerd onder een relatief klein aantal praktijken waarbij de kleine praktijken waren ondervertegenwoordigd, waarvoor correcties moesten worden doorgevoerd. Het blijft een vraag in hoeverre dit gevolgen heeft voor de representativiteit van de onderzoeksgroep. Door in afwijking van vorige kostenonderzoeken het FTE-begrip af te kappen op maximaal 1 FTE is de vergelijkbaarheid met vorige kostenonderzoeken niet goed mogelijk. Bovendien zijn wij het niet eens met deze benaderingswijze die tot gevolg heeft dat een huisarts eindeloos veel structureel overwerk kan doen zonder daarvoor financieel te worden gecompenseerd. Hij mag immers nooit meer verdienen dan de door de NZa vastgestelde €128.311,- per normpraktijk (niveau 2015). Vergelijking met een ambtenaar gaat om meerdere redenen mank, bijvoorbeeld omdat een ambtenaar bij overwerk de overuren als vrije tijd terug kan vragen. Huisartsen zijn verantwoordelijk voor de zorg voor hun patiënten van 8 tot 18 uur. Dat alleen al is 50 uur per week.


Berekening van het nieuwe consulttarief

  • Om de hoogte van het consulttarief te kunnen bepalen, moet de NZa kunnen beschikken over het totaal van de kosten dat is toe te rekenen aan activiteiten die worden bekostigd met reguliere tarieven. Die kosten haalt de NZa uit de omzetgegevens. Voor het gemak gaat men ervan uit dat kosten zich evenredig verhouden tot omzet. De totale omzet wordt verdeeld in een deel dat voortkomt uit gereguleerde prestaties en een deel dat voortkomt uit vrije prestaties. In 2015 kwam 77,2 % van de omzet uit gereguleerde prestaties.
  • De hoogte van het nieuwe consult- en inschrijftarief van 2015 is de uitkomst van een simpele berekening. De tariefformule kent een breukteller en een breuknoemer. In de teller staat het deel van de 77,2% van de gemiddelde kosten per normpraktijk (2015), vermeerderd met 77,2 % van de normatieve arbeidskosten van de huisarts (€128.311) dat wordt toebedeeld aan inschrijving (33,9 van de 77,2%: factor 0,339), ter bepaling van het inschrijftarief. En daarnaast een factor consult (26,3 van de 77,2%: factor 0,263) dat wordt gebruikt om het nieuwe consulttarief te berekenen. In de breuknoemer staat de werklast, in de vorm van rekennormen. Het aantal verzekerden (2095) bij berekening van het inschrijftarief en het aantal consulten (8966) ter vaststelling van het consulttarief.
  • Hieruit volgt ook de bepaling van de grootte van de normpraktijk. Dat is immers het aantal patiënten wat nodig is om met gereguleerde tarieven 77.2% van praktijkkosten en arbeidskosten van de huisarts op te brengen.  Deze berekening resulteert voor het kostenonderzoek 2015 in een minimale verlaging van de normpraktijk tot 2095 patiënten.
  • Huisartsen hebben in 2015 meer kosten gemaakt dan in 2010. Ze declareerden ook meer consulten waardoor er geen negatieve effecten waren voor hun inkomen.
  • Dit alles heeft tot gevolg dat het consultatief nauwelijks verandert.

Commentaar VPHuisartsen

De rekensystematiek van de NZa is buitengewoon ingewikkeld, maar wel helder en we moeten er maar vanuit gaan dat deze goed is toegepast.

De ruwe inschatting van de werktijd per FTE, zoals in dit onderzoek is gedaan, leidt niet tot betrouwbare resultaten. Wij weten uit de tijdsbestedingsonderzoeken die we in vorige jaren als VPHuisartsen hebben uitgevoerd, dat het nodig is om hierover zeer gerichte vragen te stellen aan de hand van een tijdsbestedingsformulier. We hebben de NZa bij de start van het onderzoek gesuggereerd om hier meer aandacht aan te besteden, maar daarop is men niet ingegaan.

Het uitgangspunt van de NZa dat de arbeidskosten onlangs zijn herijkt (2015) en dus niet hoeven te worden aangepast (behoudens indexatie) is vreemd. Je zou verwachten dat er een relatie bestaat tussen de functiezwaarte en de beloning. Als je meer verantwoordelijkheid draagt en met je personeel meer werk verzet dan mag er toch ook een aanpassing zijn van de beloning.

Bovendien voelt het uitermate onmaatschappelijk dat de geschatte arbeidstijd wordt afgekapt op 1.0 FTE. Uiteraard zullen er ambtenaren zijn die weleens overwerken zonder daarvoor te worden gecompenseerd, maar als het gaat om structureel meerwerk van meer dan 20% dan dient de beloning daaraan te worden aangepast. Temeer omdat teruggeven van overuren als vrije tijd, zoals dat voor ambtenaren geldt, voor een huisarts onmogelijk is.

De huidige systematiek leidt ertoe dat een huisarts waarvan de kosten stijgen (dat doen ze ieder jaar met name door de salarisverhogingen in de cao) meer verrichtingen zal moeten doen om er wat zijn inkomen betreft niet op achteruit te gaan.

Het grootste bezwaar van VPHuisartsen tegen de huidige opzet van het kostenonderzoek is dat de kostenvergoeding 2018 wordt gebaseerd op de resultaten van een kostenonderzoek over 2015. Je kijkt dus drie jaar terug. In de tussentijd hebben we de decentralisatie gezien van rijk naar gemeentes en zijn er in de GGZ beperkingen opgeworpen die hebben geleid tot een verdere taakverzwaring van de huisarts. Dit wordt in de huidige tarifering niet meegenomen. In een recent bestuurlijk overleg met de NZa heeft mevrouw Kaljouw ons verzekerd dat zij erkent dat de huidige methodiek met kostenonderzoeken geen goede methode is om in te schatten wat een huisarts nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Zij heeft ons beloofd dat de tarieven in de toekomst (weer) normatief zullen worden vastgesteld.

Overigens kan uit de verhoging van de tarieven de conclusie worden getrokken dat we in 2015, 2016 en 2017 een te lage kostenvergoeding hebben gekregen.

 

Wat is er nieuw?

85 + module

Aan de inschrijftarieven is een nieuwe categorie toegevoegd. Dit is de leeftijdsgroep van 85 jaar en ouder. Volgens onderzoek van het NIVEL bleek dit een relatief zorg-zware groep. De bekostiging van deze nieuwe categorie patiënten komt uit het bestaande budget. Dat heeft dus consequenties voor huisartsen die weinig van deze zeer oude patiënten in hun praktijk hebben. Dat zijn met name de huisartsen die werken in achterstandsgebieden, waar mensen al zijn overleden voor ze 85 worden. Om hun verlies te compenseren heeft de Nederlandse Zorg autoriteit, onder druk van VPHuisartsen, LHV en Ineen, 10 miljoen euro uitgetrokken. De invoering van deze 85+ module zal echter voor een beperkt aantal huisartsen betekenen dat hun omzet uit de inschrijftarieven erop achteruit gaat. Volgens de NZaheeft een impactanalyse uitgewezen dat dit maximaal 2% bedraagt en voor het merendeel minder dan 1% is.

Tarieven voor Organisatie en infrastructuur

In het hoofdlijnenakkoord 2014-2018 is overeengekomen om nieuw beleid te ontwikkelen ter ondersteuning van de organisatie en infrastructuur van de huisartsenzorg.  Het uitgangspunt hierbij is dat het ‘absorptievermogen’ van de eerstelijn groter wordt door de huisarts beter te faciliteren en ondersteunen. De huisarts krijgt meer tijd die kan worden ingezet om bijvoorbeeld zorg te substitueren vanuit de tweedelijn. Een tweede doelstelling van de invoering van O&I tarieven is kostenbeheersing.

De NZa publiceert nu tarieven voor O&I die in overleg met LHV, Ineen en ZN tot stand zijn gekomen. VPHuisartsen was hier níet bij betrokken, omdat wij ook geen partij zijn geweest bij het afsluiten van het akkoord 2014-2018. O&I prestaties kennen vrije tarieven en zijn expliciet bedoeld om samenwerking te faciliteren. Overeenkomsten kunnen voor meerdere jaren worden afgesproken. Er worden drie categorieën onderscheiden:

  • Samenwerking ketenzorg
  • Samenwerking wijkgericht (10.000-20.000 inwoners)
  • Samenwerking in de regio (>100.000 inwoners)

De O&I prestaties kennen een vrij tarief en hierover zal dus onderhandeld moeten worden met de zorgverzekeraar. Het is de bedoeling dat deze prestaties op den duur ook de GEZ-regelingen gaan vervangen. In 2018 blijft het mogelijk om een bestaande GEZ-regeling te continueren.

 
Commentaar VPHuisartsen

85+ module

VPHuisartsen ondersteunt de intentie van de NZa om te betalen volgens het principe van loon naar werken.  De uitkomsten van het NIVEL-onderzoek zijn het resultaat van de geschatte tijd door huisarts en assistente besteed aan een bepaalde patiëntencategorie. We weten dat dit geen erg betrouwbare maat is.

Bovendien heeft de NZa geen werk gemaakt van de al langer bestaande bezwaren tegen de huidige criteria van achterstandswijken: inkomen, aantal uitkeringstrekkers, niet westerse allochtonen en stedelijke verdichting. Bij deze methodiek zijn praktijken in een achterstandsbuurt, maar met een groot park in de omgeving, vaak te weinig “dicht” (dus te weinig mensen per km2,) om als achterstandswijk te worden aangeduid. Hier wordt door huisartsen wel bovenmatig hard gewerkt zonder dat daar een passende vergoeding tegenover staat. VPHuisartsen heeft samen met LHV aangedrongen op een differentiatie van het inschrijftarief die meer recht doet aan de werkelijke zorgzwaarte dan nu het geval is. De NZa heeft voor 2018 geen kans gezien om dat te realiseren. Dat is jammer.

In het persbericht van de NZa over de 85+ module (5 juli 2017) wordt de indruk gewekt dat er extra middelen zijn ingezet om de ouderenzorg te versterken. Dit is misleidend. Ondanks aandringen van VPHuisartsen, LHV en Ineen heeft de NZa de keus gemaakt de gelden die op basis van het hoofdlijnenakkoord 2018 beschikbaar zijn niet in te zetten.

O&I tarieven

VPHuisartsen is zeer sceptisch over de doelstellingen die aan de O&I prestaties ten grondslag liggen. Wij betwijfelen of het absorptievermogen van de eerstelijn er door zal worden vergroot. Daar is ook geen deugdelijk onderzoek naar gedaan. Wij vrezen dat hier sprake is van een nieuwe worst die huisartsen wordt voorgehouden om ze meer werk op zich te laten nemen. Het is ook nog niet duidelijk onder welke voorwaarden zorgverzekeraars bereid zullen zijn hier afspraken over te maken en welke tarieven daar dan uit voortvloeien. De tijd zal het leren.

Er zijn 12 reacties op dit artikel

  1. Pieter Schoenmakers schreef:

    40 uur beloond = 40 uur werken !!
    Al het meerdere is dus overwerk en wordt of extra betaald, of in tijd gecompenseerd. Ik ben benieuwd waar de verzekeraars hun patiënten de overige 10 uur voor eerste lijn huisartsenzorg gaan onderbrengen, de werkweek heeft immers 50 uur (8-18)
    Wel eerst en direct de ANW ontkoppelen of allemaal contractloos gaan werken, dan heb je ook geen verplichting in de ANW. De zorgverzekeraars wel, die moeten 24 uurs zorg voor hun verzekerden inkopen; laten ze dat maar een een keer voor de ANW bij de buurman doen. Zal niet goedkoper zijn, maar dat is dan niet ons probleem. Praktijkomzet zal dalen, maar de kosten ook; overbodig geworden personeel wordt van de loonlijst geschrapt (zal de minister van werkgelegenheid niet leuk vinden, nogmaals, niet ons probleem)
    In de economisch slechte tijd van een paar jaar geleden was het not done om voor al het extra werk meer te vragen, op dit moment gaat het Nederland weer economisch voor de wind, dus dat argument vervalt.
    Meerdere andere partijen in het zorgveld (o.a. ziekenhuizen, geestelijke gezondheidsinstellingen) hebben het beter begrepen; stoten zorg af, creëren wachttijden of weigeren patiënten in behandeling te nemen. Geen geld, geen zorg.
    We schijnen ondernemers te zijn, maar dus ook ambtenaren. Helaas mogen we niets overhouden aan de onderneming, terwijl we de zorgkosten van BV Nederland laag proberen te houden.

  2. A ten Have schreef:

    Beste VPH en collegae,

    Ik heb een praktijk van 1600 patiënten en werk evengoed 60 uur/ week.

    Mijn personeel krijgt er dit jaar 4,5% bij en ik ben nu nog bezig met brieven aan de GGZ, die werkelijk geen patiënt van mij meer lijkt te behandelen.

    Het gaat mij niet om het geld, het gaat mij om de verantwoordelijkheid die huisartsen elke dag maar weer krijgen toebedeeld en dat hier een beroepsgroep bezig is dit collectief burn-out aan het gaan is.

    Deze nieuwe proefballonnen gaan niet werken. De wal gaat het schip keren als wij niet heel snel en heel hard actie gaan voeren tegen deze onzinnige bureaucratie.

    Maar waar halen we de tijd nog vandaan???

  3. Avinus Baas schreef:

    Enerzijds worden we door de verzekeraar geacht van 8-18u te werken (50u), hierin gesteund door de NZA. Anderzijds werken we maar 40u per week?
    Hiermee moet de discussie over het geld dat we krijgen tussen 17-18u toch opgelost zijn. De NZA geeft toch hiermee zelf aan dat we 40uur, dus van 8-17u werken (mits je een uur lunchpauze hebt, maar ik ken eigenlijk geen huisartsen die dat werkelijk hebben) en niet langer. Linksom of rechtsom: of de discussie over de betaling 17-18u is hiermee klaar of 1 FTE is 50 uur. Ik zou er een jurist op zetten en de NZA voor het blok zetten te kiezen.

  4. arjen muller schreef:

    schraalhans keukenmeester weer dus. ik begrijp niet dat we dit allemaal weer over ons heen laten komen, dat ligt niet aan de VPH maar aan onze collegae die braaf LHVlid blijven en achter de “worst” die men ons telkens weer voorhoudt, blijven aanlopen. Wmbt gaan we de barricades op, net als destijds voor de achterstandsgelden en in 2004 met de enige echte voorzitter die we ooit gehad hebben bij de lHV, bas vos.

  5. Nico Terpstra schreef:

    Deze beleidsregel is een hopeloos stuk, de moed zakt je in de schoenen. LHV werkt zoals bekend aan alles mee, maar ik mis bij ‘mijn’ VPH een stukje verzet tegen deze oneerlijke budgettering en de SUED-mentaliteit van de ambtenarij. Het kan toch niet zo zijn dat ik nu verplicht wordt voor een fooi te werken omdat al mijn inkomsten opgaan aan steeds duurdere assistentes en hidha’s/waarnemers?

    Ik overweeg om binnenkort vervroegd te stoppen om niet compleet afgebrand te worden door die ca 14 uur per dag die ik nu al exclusief diensten op werkdagen investeer in mijn vak. Zo kan het echt niet langer; volgens mij mag een vereniging van praktijkhouders harder met de vuist op tafel slaan want die hoeft de belangen van hidha’s en waarnemers (die er steeds beter uitspringen) niet te verdedigen

  6. Peter Staal schreef:

    Ik ben maar gewoon huisarts, maar ik heb respect voor de manier waarop VPH dit alles beschrijft en becommentarieerd.
    Ik heb echter nog meer respect voor de wijze waarop jullie de NZA (nog?) serieus nemen.
    Mij kost het grote moeite om dit ambtenaren apparaat dat NZA heet nog serieus te nemen. Een NZA dat de huisartsgeneeskunde zo weinig serieus neemt en ieder jaar weer naar zichzelf toe weet te rekenen, nooit eens komt met een – het hoef tgeen knieval te zijn hoor!- ook maar geringe toegeving in het al jaren geleden geopperde loon-naar-werken principe. Ik geloof niet dat die mensen daar enigszins snappen waar het om gaat, ( ofwel snappen ze het heel goed en laten ze ons gewoon verrekken.)

  7. Huib Rutten schreef:

    “Wordt het niet eens tijd om te constateren dat de beroepsgroep moet ophouden met mee te gaan in zogenaamde innovatieve initiatieven, zoals de ketenzorg die de zorg alleen maar versnippert, alle mogelijke taken die beleidsmakers verzinnen en 24 uurs zorg die volkomen uit de hand is gelopen ?” – Jim Duran

    Daar slaat U de spijker op de kop! Als er de afgelopen jaren één geluid doorklinkt in alle rapporten, toekomstscenario’s en plannen van VWS, ZN, VPH en zelfs bij de LHV, dan is dat mijns inziens een verkleining van de normpraktijk (ik zie ook het liefst praktijkgrootte 1600) en daarmee vermindering van werkdruk, toekomen aan zorg voor de kwetsbare ouderen, meer tijd voor consultvoering en dus ook meer huisartsen die zorg dragen voor de ANW. Uiteraard met behoud van inkomen – en die inkomens van de huisartsen in Nederland zijn slechts een miniscule fractie van de totale kosten in de gezondheidszorg.

    Want al die mooie plannen ten spijt, wáár ga ik überhaupt de TIJD vandaan halen om te OVERLEGGEN met andere zorgverleners? En welke Intellectuele Idioot haalt het in zijn hoofd om de uren die huisartsen werken langs de lat van de ambtenaar te leggen en ‘dus’ te spreken van een 40 urige werkweek – dat is dermate KOLDER dat het duidelijk is dat het een ambtenaarcollectief is die zich zonder ergens in te verdiepen en zonder enige kennis van zaken, uitspreekt over MIJN vak. Ons vak uiteraard, waar de NZa geen donder verstand van heeft, getuige deze uitspraken.

    Om terug te komen bij dat geluid dat in allerlei plannen weerklinkt – meer huisartspraktijken van kleinere omvang, zodat huisartsen weer toekomen aan goede zorg – WANNEER wordt dáár een AANVANG mee gemaakt? Heb ik iets gemist in de kranten of worden er dit jaar 500 EXTRA huisartsen opgeleid? Helaas…..in 2009 wist men reeds dat er 730 huisartsopleidingsplaatsen nodig waren om het toen ingeschatte zorgaanbod in 2025 GELIJK te krijgen met de zorgvraag. En bijna 20 jaar later merken de huisartsen dat ‘het zo niet langer kan’ en dat er teveel werk op ons bordje ligt en de taken te zwaar.

    De ambtenarij heeft gesproken en zegt dat we 40 uur per week werken, de tariefsverhoging is niets meer dan een schamele inflatiecorrectie, de plannen getuigen van veel denkwerk in Ivoren Torens.

    Kortom, het lijkt mij tijd voor HARDE ONDERHANDELINGEN met de nieuwe minister VWS:
    1. Meer huisartsen in opleiding
    2. Kleinere praktijken realiseren vóór 2022

    3. Al die andere leuke plannetjes mogen op de plank, als we daar weer eens tijd voor hebben gaan we er naar kijken. En die plannen kunnen we zelf ook maken, daar hebben we geen Intellectuele Idioot voor nodig met een managers titel en een stropdas, het is ons vak namelijk. Je vraagt ook niet een offerte voor je nieuwe keuken aan je groenteboer.

  8. Frank Gunneweg schreef:

    goed en duidelijk verhaal. Klasse!

    Wat ik vreemd vind in de NZA systematiek:
    huisartsen voelen de toegenomen werkdruk; de werklast en werkduur stijgt meetbaar; huisartsen ervaren dat zij tekortschieten in de verzorging van hun populatie.
    desalniettemin compenseert de NZA niet deze toegenomen tijdsinspanning. Dat betekent dat de NZA financieel niet toelaat dat huisartsen extra huisartsen in dienst nemen voor het extra werk.
    Bij ongewijzigd beleid: óf huisartsen raken in een burnout, óf huisartsen honoreren uit eigen zak nieuwe dokters in hun dienst.
    Deze artsen zijn nu al niet of nauwelijks te vinden in de buitengebieden. De werklast stijgt daar snel en onverantwoord. In de rest van het land is dit probleem in opkomst.
    Alleen tegen hoge uurtarieven kunnen hidha’s in dienst worden genomen. Deze kosten zijn door de starre NZA logica niet in de beprijzing meegenomen. Dat kan ook niet, immers, de NZA rekent niet met de gemeten gewerkte uren maar met een aanname van gewerkte uren. Deze logica leidt tot onderbezetting, tot burnout, tot inlevering van inkomen, tot kwaliteitsverlies.

    Kortom: we gaan terug naar de jaren 2001-2002-2003.

    De VPH en LHV opteren terecht voor praktijkverkleining naar 1800 (ik vind dit te weinig; zou 1600 moeten zijn).

    Het lijkt me uit het oogpunt van goede zorg van belang om nu al twee maatregelen te nemen:
    1) aanpassing van de beprijzing, zodat huisartsen al extra personeel in dienst kan nemen
    2) uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen om het huidige tekort terug te dringen, de openvallende plaatsen te vullen en de uitval van huisartsen te compenseren.

    Bij ongewijzigd beleid loopt binnen 2-3 jaar de huisartsenzorg echt vast; de eerste barsten en scheuren zijn nu al zichtbaar.

    Ik hoop op verstandig beleid bij de NZA en bij dienst meester: VWS.

  9. Frans schreef:

    Ik ben 12 jaar ambtenaar geweest:
    Ik kan me niet herinneren één dag moe te zijn thuisgekomen.
    Ik kan me niet herinneren één nacht wakker te hebben gelegen.
    ik kan me niet herinneren ooit overwerkt te zijn.
    je loopt geen enkel ondernemersrisico.
    je bent niet verantwoordelijk voor je medewerkers.
    kortom het is een gotspe ons op één lijn te stellen met ambtenaren.
    wanneer komen we weer eens in actie !!

  10. Lydia Voorkamp schreef:

    Beste Jim, mee eens. Misschien moeten we maar eens beginnen met een 40-urige werkweek, bv van 8-16u. Dan wel na ontkoppeling van de diensten, anders komen deze uren toch weer terug in de vorm van extra diensten ;-).

  11. S.H.A.Duran schreef:

    Wellicht een domme opmerking:
    Moeilijke materie die rekennormen .
    Het resultaat is een minimale stijging van ons tarief bij een in korte tijd sterk naar beneden bijgestelde normpraktijk .
    Deze bijstelling is gezien de stijging van de hoeveelheid werk ( o.a.door administratieve druk , meerdere medewerkers ivm ketenzorg , toename van aantal consulten en aan huisartsen toegeschreven taken) zeer terecht.
    Ondertussen mag ik alleen maar opmerken dat door de verlaging van de normpraktijk de kosten o.a. berekend door faciliterende bedrijven zoals ICT ( Pharmapartners) zijn toegenomen terwijl de baten sterk achterblijven .
    Kortom ik merk dat ik mn de laatste 3 jaar steeds minder overhoud en steeds later thuiskom .
    Daarbij neemt ook de werkdruk ivv het aantal diensten toe door uitbreiding van het aantal werkzame huisartsen op de post en steeds minder liefhebbers die een dienst willen overnemen .
    Wordt het niet eens tijd om te constateren dat de beroepsgroep moet ophouden met mee te gaan in zgnd innovatieve initiatieven zoals de ketenzorg die de zorg alleen maar versnippert , alle mogelijke taken die beleidsmakers verzinnen en 24 uurs zorg die volkomen uit de hand is gelopen ?
    Kortom , zou onze inzet niet de geringere beloning moet volgen ipv proberen met harder werken en meer taken op je te nemen je inkomen op peil te houden? ( de beroemde worst volgen wat we tot nu toe hebben gedaan)

    Met vriendelijke groet ,
    Jim