12 februari 2018 • Anton Maes • 3 minuten • 300x gelezen 0 reactie(s)

Praktijkhouder huisarts: spagaat tussen zorg en centen

Analyse, Column, Praktijk Als coauteur schreef ik mee aan onderstaand artikel in de Eerstelijns over het ondernemerschap van de huisarts. Met aandacht voor bouwstenen van bekostiging, zoals inzet van personeel, het inkomen, de werktijden, de zorgvraag en het macrobudget. In deze blog wil ik ter aanvulling van het artikel bij nog een paar andere aandachtspunten van het praktijkhouderschap stilstaan.

Deel dit artikel via          

Meerjarencontracten

Huisartsen zijn volgens de marktscan(pg.38) van de NZa koploper in het afsluiten van meerjarencontracten. Dat heeft behalve een zekerheid ook een kwetsbaar element in zich.  In hoeverre zijn er voldoende garanties ingebouwd dat hetgeen in een hoofdlijnenakkoord wordt afgesloten ook terug te vinden is in deze individuele meerjarencontracten? Denk ook aan de 50% btw-verhoging in 2019, van 6% naar 9%, bij aanschaf van geneesmiddelen, verbandmiddelen en diverse medische hulpmiddelen.

Ezeltje strek Je

In maart 2017 schreef Gupta Strategists een rapport “Ezeltje strek je” over winst, macht en regulering in de Nederlandse zorg. Ter aanvulling van de tekst in het artikel over de winst van de huisarts, het volgende. Van de 80 miljard wat aan zorg wordt uitgegeven, is 7 mld nettowinst. Daarmee is de zorg minder winstgevend (9,8%) dan het gemiddelde van alle sectoren (12%). Van deze 7 miljard winst gaat er 1,1 miljard (=16%) naar de zorgprofessionals en deze winst is in absolute zin min of meer gelijkmatig verdeeld over huisartsen, specialisten, apothekers en paramedici. Met de meeste winst (1,8 miljard) voor fabrikanten van medische apparatuur en hulpmiddelen.

Ouderenzorg

Met name de leeftijdsgroep 75+ vraagt om integrale zorg. Zorg waar de huisarts in de thuissituatie een grote rol speelt. In 2015 woonden in Nederland 1,3 miljoen 75-plussers. In 2030 is dat aantal 2,1 miljoen: een stijging van 63 procent ofwel ongeveer 4 procent per jaar. Volgens zorgeconoom Guus Schrijvers is er alle aanleiding om aan de hoofdlijnenakkoorden (tot 2022) een langetermijnparagraaf (tot 2030) toe te voegen in termen van aantallen patiënten, kosten, benodigd personeel, kwaliteit en voorzieningen. Naast de zorg is ook de bekostiging van de extramurale ouderenzorg maatwerk. Onder andere ter voorkoming van de zorgval als een Wlz-indicatie aan de orde is.

Tekort aan praktijkhouders

Hoeveel huisartsen zijn er nodig (blog)? Er werken nu in Nederland 21% meer huisartsen dan 10 jaar geleden. Maar ze werken vaker in deeltijd. In 2007 werkt de gemiddelde huisarts nog 0,74 FTE en in 2016 is dat teruggelopen tot 0,67 FTE. Deze ontwikkelingen komen mede doordat het aandeel vrouwen bij de huisartsen sterk is gegroeid: van 36% in 2007 naar 53% in 2016. Vrouwen werken tegenwoordig 0,57 FTE en mannen 0,78 FTE. De ‘gemiddelde huisarts’ is dus vaker vrouw en werkt vaker als HIDHA (huisarts in dienst van een huisarts) of waarnemer in plaats van als zelfstandig gevestigde huisarts. De 21% groei komt vooral door een zeer sterke groei van rond de 85% in het aantal HIDHA’s en waarnemers. Het aantal zelfstandig gevestigde huisartsen is daarentegen nauwelijks toegenomen. Dit geeft opvolgingsproblemen in Zeeland en de noordelijke provincies. En ook voor huisartsen geldt dat de beschikbaarheid van huisartsen/praktijkhouders de uitvoering van zorg zal kleuren. Ik gun elke patiënt met inschrijving op naam een eigen praktijkhouder.  De meest gewaardeerde stimulansen om zich toch in een impopulaire regio te vestigen, waren het opzetten van opleidingsdependances en facilitaire ondersteuning bij praktijkovername. Nodig is een nieuw vestigingsbeleid met (ook) aandacht voor werkgelegenheid voor de partner van de huisarts.

Anton Maes, www.zorgenstelsel.nl