23 juli 2017 • Anton Maes • 3 minuten • 299x gelezen 0 reactie(s)

Praktijkkostenonderzoek huisartsen van NZa: 20 kanttekeningen

Deel dit artikel via          

De doelstelling van het kostenonderzoek o.l.v. de NZa is het in kaart brengen van de opbrengsten, productie, praktijkkosten en tijdsbesteding van huisartsen over het onderzoeksjaar 2015. De onderzoeksresultaten worden gebruikt voor het aanpassen van de gereguleerde huisartsentarieven 2018.  Voor de beroepsgroep huisartsen is dit binnen de Zvw het derde kostenonderzoek. Eerder werden met dezelfde doelstelling de jaren 2006 en 2009/2010 onderzocht. Hoewel de onderzochte parameters duidelijk zijn, zijn bij elke parameter opmerkingen te maken.

Opbrengsten

De arbeidskostencomponent, zeg maar het norminkomen, is gemaximeerd op basis van de herijking per 2014. Dit betekent dat de winst gemaximeerd is, ook bij het verrichten van het aangetoonde meerwerk. Deze maximering houdt ook in dat er bij de zorgagenda 2018 met substitutie, te lezen zowel in het addendum 2018 van de eerste als de tweede lijn (75 mln.), aanvullende afspraken nodig zijn. Want de terugbetaling van te veel verdiensten bij de huisarts is wettelijk geregeld.

Praktijkkosten

Nu voor de derde keer vormen de gemaakte kosten de informatie en input voor de nieuwe tarieven van drie jaar later. Ook van de nieuwe tarieven voor de praktijkkosten. Waar huisartsen naar toe moeten, is de beschrijving van de leveringskosten van noodzakelijke ‘state-of-the-art’ huisartsenzorg. Schrijf een praktijkkostenstandaard, zoals het NHG een zorgstandaard schrijft, zoals binnen de ketenzorg het zorgprogramma is geformuleerd, zoals Vilans de taken van een casemanager dementie beschrijft. Etc. Zij beschrijven hoe het hoort te zijn. En zij beschrijven niet zoals het is! Daarnaast lopen huisartsen achter de feiten aan, als informatie van 2015 de input is voor 2018. Voor 2018 hoort  de toekomst de input te zijn. Niet achteromkijken, maar juist vooruit.

Arbeidsanalyse

Door wel de werklast te meten, maar tegelijkertijd de werktijdfactor per jaar te maximeren op 1 en tevens de werkbelasting (aantal consulten en aantal verzekerden per praktijk) in de Tariefformule te plaatsen in de breuknoemer, geeft het rapport de indruk zich drukker te maken om het principe van kostenbeheersing dan om het principe ‘loon naar werken’ en/of  maximering van de werkbelasting van huisartsen.  Ook hier wat mij betreft werk voor de beroepsgroep van huisartsen zelf: benoem zelf wat veilige werktijden zijn.

Is een normatief onderzoek beter?

Moet er dan met een praktijkkostenstandaard een meer normatief onderzoek komen? Een normatief onderzoek heeft zin, als huisartsen zelf besluiten nemen over zorgzwaarte, over veilige werktijden, over de mate van gewenste ondersteuning en over wat nodig is om toekomstbestendig te kunnen werken. Vervolgens dient het onderzoek met berekening van de kosten ervan onafhankelijk te worden uitgevoerd en dient tevoren duidelijk te zijn, dat de inkoop en het budgetkader conform de nieuwe business case worden aangepast. Utopia? Wordt aan deze voorwaarden niet voldoen, dan heeft ook een normatief onderzoek beperkte waarde.

En nu?

Nu is het aan de ledenraden en besturen van de betreffende verenigingen om hier (n)iets mee te doen. In de bijlage mijn bijdrage met 20 kanttekeningen bij dit kostenonderzoek van de toezichthouder.

 

Anton Maes, juli 2017

kijk voor meer van Anton Maes ook op www.zorgenstelsel.nl