7 juni 2017 • Petra Pronk • 4 minuten • 633x gelezen 2 reactie(s)

ANW next-step

MedZ Veel huisartsen worstelen met de ANW-diensten. De werkdruk is hoog en de motivatie staat onder druk. Huisartsenposten Oost-Brabant is gestart met het programma ‘Continuïteit en dienstbelasting’ in de ANW-zorg. Tijd voor the next step.

Deel dit artikel via          

Vorige jaar werd Nederland opgeschrikt door snel toenemende werkdruk op de huisartsenposten. Huisartsenposten Oost- Brabant wil graag weten hoe dat komt, en vooral: wat eraan te doen is. Het integraal programma is gestart met als doel te kijken hoe de spoedzorg in de toekomst beter geregeld kan worden zodat huisartsen plezier in hun werk houden en de kwaliteit van de spoedzorg behouden blijft. Kenniscentrum Vilans is gevraagd het project te leiden.

De start van het programma viel zo’n beetje samen met de enquête van de LHV over de ANW-zorg.

Met de LHV-notitie als uitgangspunt werd in oktober 2016 begonnen met het inventariseren van knelpunten onder de ongeveer 540 leden van Huisartsenposten Oost-Brabant. Harrie Geboers, lid van de raad van bestuur van Huisartsenposten Oost-Brabant, over de eerste bevindingen: ‘Uit de inventarisatie is gebleken dat het aantal visites aan ouderen met complexe morbiditeit toeneemt. Datzelfde geldt voor patiënten met GGZ-problematiek, mensen die vroeger werden opgenomen, maar nu een beroep doen op de huisarts. Substitutie naar de eerstelijn heeft gezorgd voor meer drukte op de posten. Dat zijn belangrijke constateringen. Het aanbod wordt complexer, terwijl we qua taakherschikking en inrichting op de posten achterlopen. Daar komt bij dat het aantal urgenties en de zwaarte daarvan flink is toegenomen. Vaak gaat het daarbij helemaal niet om spoedgevallen, en toch zijn deze mensen door de triage heen gekomen. Daardoor is er een groeiend bezwaar tegen het triagesysteem. Het is de vraag of dat terecht is. Het hele triageproces is een punt van aandacht.’

Interessant is ook dat het gevoel van onvrede van huisartsen deels een kwestie is van ‘beleving’. ‘Vroeger deed een huisarts zo’n 1.500 uur per jaar dienst. Nu zo’n 150 tot 250 uur. Dat is feitelijk veel minder dan in de vorige eeuw. Dat het toch als zwaar ervaren wordt, komt onder andere doordat het aantal mensen dat je als huisarts tijdens je dienst ziet, nu vele malen groter is dan vroeger. Als je dienst hebt, werk je mínimaal 6 uur lang continu. Als daar dan ook nog eens veel mensen bij zitten van wie je weet dat ze best een dagje hadden kunnen wachten, dan is dat niet bevorderlijk voor de motivatie.’

Experimenten

Die bevindingen moeten vertaald worden naar oplossingen. Geboers: ‘We gaan de komende tijd op de posten aan de slag met experimenten om te kijken of we de werkdruk en het gevoel van werkdruk kunnen verminderen. Er zijn allerlei ideeën. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de druk op de posten als je huisartsenpraktijken in de gelegenheid stelt om van 8 tot 8 te werken, in plaats van van 8 tot 5? Wat is het effect als je de triage laat uitvoeren door huisartsen in plaats van door assistenten of als je niet-urgente gevallen een alternatief biedt, zoals bijvoorbeeld een spreekuur in het weekend? Misschien kan de drukte op de HAP verminderd worden als je zorgt dat je als huisarts maximaal bereikbaar bent en mensen op een goede manier informeert voordat ze naar de post gaan. Maar je kunt het ook heel anders insteken: door een betere ondersteuning van huisartsen op de HAP. Wat als assistentes weer dienstbaar zijn aan de dokter en zorgen dat alles soepel loopt? Dat klinkt ouderwets, maar aan de andere kant: als je huisartsen echt als een welkome gast beschouwt en behandelt, zou dat ervoor kunnen zorgen dat ze zich meer thuis voelen op de HAP. Allemaal ideeën die de ronde doen en waar we de komende tijd een keuze uit gaan maken.’

Maatwerk

En dan wordt er ook nog gedacht aan meer radicale oplossingen waarbij artsen meer vrijheid krijgen om hun spoedzorg in te vullen.

‘We moeten ons afvragen of de HAP wel one size fits all moet zijn of dat we meer servicegericht moeten denken’, zegt Geboers.

‘Niet alle praktijken hebben dezelfde ideeën over het invullen van spoedzorg. Ik kan me voorstellen dat een huisarts zijn palliatieve patiënt om 8.00 uur ’s avonds het liefst zelf aan de telefoon heeft, terwijl een andere patiënt om 11.00 uur ’s ochtends best door iemand anders gezien kan worden. Meer flexibiliteit en maatwerk zou een optie kunnen zijn.’ Dat is een kleine revolutie, geeft hij toe. Maar aan de andere kant: de huisartsenzorg is altijd in beweging geweest. Hij herinnert zich nog goed hoe groot de druk 15 jaar geleden in zijn eigen praktijk was. ‘Daar zijn toen twee oplossingen voor bedacht: de POH en de HAP. Dat leidde tot een verlaging van de werkdruk voor huisartsen, en ruimte voor substitutie en nieuwe initiatieven. Inmiddels lopen huisartsen opnieuw tegen hun grenzen aan. Dat vraagt dus weer om nieuwe concepten. Het is belangrijk dat er creatief en innovatief wordt nagedacht over consulten. Tijden veranderen en huisartsen moeten mee veranderen.’ Geboers is optimistisch over de toekomst. Dit wordt geen eindeloos onderzoekstraject, integendeel. Initiatieven die niet opleveren wat ervan werd verwacht, zullen snel gestopt worden, terwijl kansrijke experimenten op snelle implementatie kunnen rekenen. ‘Huisartsen zijn oplossingsgericht en de gedrevenheid om goede zorg te leveren is groot. Ik verwacht dan ook dat hier mooie dingen uit gaan komen waar we weer jaren mee vooruit kunnen.’


Dit artikel verscheen eerder in MedZ 3, jaargang 4. Lees hier het volledige nummer.

Er zijn 2 reacties op dit artikel

  1. Bart Adèr schreef:

    Ik heb weer eens een regie dienst gedaan. Opvallend is hoezeer mensen bij een telefonisch afgehandeld consult toch worden gesanctioneerd in ongerustheid, door de uitgebreide aandacht voor het “verplichte” vangnet. Met al die mogelijke onheil zou ik me niet meer durven laten afwimpelen.
    Contacten, waarvan je op voorhand aanvoelt dat het een huisartsenzaak is, worden op U1 en A1 getrieerd, zodat de ambulance weer voor schijnspoed en 1000 euri voor niets heeft gereden; eigenlijk omdat we geen huisartsenzorg meer leveren, maar omdat we zo graag meedoen in het grote jongensspel van Spoedeisende Geneeskunde en daartoe een triagestandaard hebben ingericht, die die grote jongenstaal ook spreekt. Probeer overigens niet die assistente te overrulen als regie-arts. Ze heeft al gebeld en de ambulance rijdt al. Een verwijtende ambulancebroeder mag ik achteraf te woord staan.
    Ik heb voor de dagzorg een overeenkomst met de zorgverzekeraar over o.a. doelmatige zorg. Op de huisartsenspoeddienst kan ik die doelmatige zorg echt niet terugvinden.

    Ik heb inderdaad veel minder uren dienst dan 20 jaar gelden (vlak voor de huisartsenpost van start ging. Maar in die diensten had ik meer rustmomenten. En ik kon de zorg doelmatig houden. Nu wordt teveel voor mij beslist hoe en wat. Dat is de arbeidsvreugde.
    Ik kan het dagvenster wel vergroten (12-urige werkdag?), maar dan zit ik op 1 of 2 telefoontjes te wachten. Oplossen in de hagro? Overdag tot 17.00 uur de praktijk. Van 17.00 tot 20.00 uur telefoonnummer 010-hagro en na 20.00 uur telefoonnummer 010-hap. Ik geloof niet in deze versnippering.

    Ik geloof in diagnose gerichte triage en een gezond advies. Dat vangnet is wel bekend. Hetzelfde telefoonnummer en beter nog de eigen huisarts overdag.

  2. Huib Rutten schreef:

    Geboers: “Inmiddels lopen huisartsen opnieuw tegen hun grenzen aan. Dat vraagt dus weer om nieuwe concepten. Het is belangrijk dat er creatief en innovatief wordt nagedacht over consulten. Tijden veranderen en huisartsen moeten mee veranderen.”

    Mijn opvatting is tegengesteld hieraan; wellicht is er een andere conclusie te trekken. Deels is er een vermindering van zelfzorg en allerlei kleinere kwaaltjes worden gemedicaliseerd. Vroeger wist oma raad. Nu kan men met Dr Google WEL de relatie vinden tussen zweetvoeten en kanker en komen mensen overbezorgd op je spreekuur, maar waterwratjes zijn onvindbaar, kennelijk. En je wordt vaak raar aangekeken als er geen therapie voor is.

    De vraag bij mij is ook of “de huisarts” -zo die al bestaat- wel mee moet in die 24/7 gekte. Mensen kunnen wel met koorts naar hun werk en bellen dan om 18 uur de huisartsenpost. En wij zeggen geen nee, immers, de bezorgdheid over een klacht is leidend; zo kon ik om 6 uur ’s morgens naar keelpijn welke sinds een uur bestond kijken en de patiënte diende ook nog een klacht in omdat ik geen antibiotica voorschreef.

    Ik ben van mening dat er belangrijke zaken zijn waar we ons overdag en in de dienst absoluut mee moeten bemoeien – de echt zieke patiënten, de ouderen, de terminale zorg, kwetsuren en letsels. Volgens mij vinden huisartsen hard werken ook helemaal niet zo erg; de klachten die ik verneem van collegae op de huisartsenpost gaan merendeels over het grote aantal U5 consulten. Is het zo dat we te bang zijn iets over het hoofd te zien? Overdag schuiven we de U4 en U5 makkelijk naar het spreekuur van morgen, toch? En ik denk dat het veel prettiger werkt als de dienst op de huisartsenpost gevuld is serieuze gezondheidsklachten.

    Sterker nog, we kennen allemaal de valkuil van diagnostiek doen bij een hypochonder – iedere overslag van het hart “belonen” met een ECG op de praktijk versterkt slechts het gevoel dat er iets ernstigs is. En ik begin te geloven dat onze laagdrempeligheid op de post ook zo functioneert.

    Met de groeiende grijze golf hebben we onze handen al vol genoeg. Ik voel er niks voor om mijn avonduren te investeren in geruststellen en ik denk dat het recht om ziek te zijn en daarvoor in werktijd je huisarts te mogen bezoeken, een groot goed is. In een somber scenario schreef Herman Suichies bijna 3 jaar geleden: “Vorig jaar heeft AchMenz, een van de twee overgebleven zorgverzekeraars, waar we inmiddels allemaal in dienst zijn, besloten dat onze praktijk, die in een wijk met veel werkende mensen gesitueerd is, vanaf zeven uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds geopend moet zijn. Met name voor de collectief verzekerden van het bedrijf in onze wijk, dat heeft geëist dat hun werknemers met de Super Plus Polis buiten normale werktijd recht hebben op huisartsenzorg.”

    Enfin, we liggen op ramkoers – 40% van Nederland is te dik, het aantal diabeten groeit, het aantal thuiswonende bejaarden groeit, er is een schreeuwend tekort aan acute bedden voor diezelfde bejaarden, er lijken steeds meer “verwarde mensen”, elk pijntje lijkt een antibiotica recept nodig te hebben midden in de nacht en geen enkele patiënt heeft ooit gehoord van http://www.thuisarts.nl waar hij zijn klachten en geruststelling kan vinden. Ik hoop volgend jaar kaderhuisarts spoedzorg te zijn en iets te mogen betekenen om de ramkoers te verleggen.