12 maart 2017 • VPHuisartsen • 3 minuten • 2.256x gelezen 11 reactie(s)

Discussienota toekomst ANW

van CHP naar SEMD

Discussiebijdrage, Nieuws, Opinie VPHuisartsen heeft een beknopte analyse naar de oorzaken van drukte op de huisartsenpost gedaan en geeft haar visie en een voorstel tot oplossingen. VPHuisartsen zal haar best doen om deze visie breed uit te dragen en zal proberen ook andere stakeholders te overtuigen van het feit dat het met de ANW zorg een hele andere kant op moet, wil deze beheersbaar blijven.

Deel dit artikel via          

NAAR EEN ZELFSTANDIGE MULTIDISCIPLINAIRE ORGANISATIE VAN DE SPOEDZORG

VPHuisartsen bepleit een nieuwe organisatie, waarin de hele keten is betrokken en de huisartsgeneeskundige activiteiten zijn ingebed. De hoofdlijnen hiervan zijn in een KPMG rapport, opgesteld in opdracht van VPHuisartsen, reeds in 2012 beschreven (De basisspoedzorg, hoe het anders kan). Dit rapport laat ook zien dat er, bij een andere inrichting van de spoedzorg, jaarlijks 173 miljoen (prijspeil 2012) bespaard kan worden op de spoedzorg.

Bekijk onze volledige discussienota via deze link (pdf)

De selectie aan de poort gebeurt op basis van telefonische triage met behulp van een op diagnose gebaseerd systeem.

De selectie aan de poort in de nieuwe organisatie gebeurt op basis van telefonische triage met behulp van een op diagnose gebaseerd systeem. Het NTS in de huidige vorm wordt afgeschaft. Assistentes worden getraind om het onderscheid te kunnen maken tussen spoedzorg en wenszorg. Als het om spoedzorg gaat, waarbij sprake is van enige complexiteit, neemt de huisarts de verdere triage over. Wenszorg wordt door de assistente terugverwezen naar de dagpraktijk van de eigen huisarts of wordt -indien toch noodzakelijk- alsnog toegelaten tot de post, met de uitleg dat er sprake kan zijn van een lange wachttijd omdat urgentere gevallen voorrang krijgen. De agenda wordt afgeschaft.

De huisarts kan op basis van telefonische triage in aangewezen gevallen direct verwijzen naar ambulancedienst, specialistische zorg, GGZ en thuiszorg, die allemaal in dezelfde organisatie zijn ondergebracht.

In de betreffende disciplines kan zo nodig verdere triage plaatsvinden alvorens de patiënt binnen die discipline geholpen of gezien wordt. In het huisartsgeneeskundig deel van de organisatie werken naast de huisartsen ook agnio’s, POH’s GGZ en verpleegkundig specialisten die onder eigen juridische verantwoordelijkheid zelfstandig zaken kunnen afhandelen.
In de hierboven beschreven organisatie komen de te nemen maatregelen het best tot hun recht:

  1. Meer dokters en ander hulppersoneel om het werk te doen,
  2. Doelmatiger afhandeling van zorgvragen na binnenkomst,
  3. Verscherpte triage.

 

Organisatie

Ter bevordering van de samenwerking dient de spoedzorgketen bij voorkeur integraal te worden gefinancierd, vanuit een separaat kader. Deze ontschotting is ingrijpend en ingewikkeld, maar van wezenlijk belang om de samenwerking te doen slagen.
De lokale organisatie ontstaat door de samenwerking van een aantal instellingen die een rechtspersoon vormen (denk bijvoorbeeld aan een ziekenhuis, een thuiszorgorganisatie, een GGZ instelling en een huisartsencollectief).

Praktijkhouders zijn niet meer verantwoordelijk voor de ANW diensten.

De samenstelling van dit consortium zal regionaal waarschijnlijk sterk verschillen. De rechtspersoon sluit een contract met de zorgverzekeraar en neemt daarmee de juridische verantwoordelijkheid op zich om de spoedzorg in een bepaalde regio te organiseren en te leveren. Praktijkhouders zijn hierbij niet langer verantwoordelijk voor de ANW diensten.

De nieuw gevormde organisatie sluit vervolgens contracten met andere partijen als onderaannemers om over voldoende menskracht en de benodigde expertise te beschikken. Dit zal in de huisartsenzorg naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een veel sterkere differentiatie van de tarieven.

Doordat een consortium een financieel belang heeft bij grote doelmatigheid is er, veel meer dan nu het geval is, een prikkel om te zorgen voor goed opgeleid personeel dat in een goede sfeer kwaliteit levert. Ook innovaties komen gemakkelijker van de grond.

Deze wijze van organiseren heeft nog een ander groot voordeel: organisaties die de spoedketen slecht organiseren zijn voor dienstdoende huisartsen minder interessant dan de organisaties die hun zaakjes goed voor elkaar hebben. De eersten zullen dus moeite hebben om hun bezetting rond te krijgen. Er ontstaat een prikkel tot het leveren van kwaliteit waarbij het belang van de dienstdoende huisarts meer op de voorgrond komt te staan, en waarbij uiteindelijk ook de patiënt baat heeft.

Bekijk de volledige discussienota via deze link (pdf)

Er zijn 11 reacties op dit artikel

  1. Sylvia Haverkamp schreef:

    Helaas kan ik donderdag niet aanwezig zijn op de ALV.
    Ik sta 100% achter dit goed doordachte stuk!
    Ook ben ik blij met de bijlage waarin het voorstel van de LHV(!) om het dagvenster te verruimen tot 20.00 uur onderbouwd wordt verworpen.
    Ik moet er niét aan denken straks 60 uur per week verantwoordelijk te zijn voor patiëntenzorg !

  2. Thera de Haan schreef:

    Ik deel en ondersteun actief deze visie op de toekomst van de spoedzorg. Zeker vanuit mijn SEH-AMBU-HAP ervaring. Deze plannen zijn al heel oud. Het momentum was nog niet daar. We voelen nu de urgentie. Dus wat dat betreft staan de lichten op groen.
    De strategie hoe er te komen zal afhangen van diverse en steeds wisselende factoren.
    Die is niet op dit moment lineair vast te stellen. De wereld, de beinvloeders, de technologie veranderd snel.
    Belangrijk is de eerste stappen te zetten richting deze toekomst. Mede om ervoor te zorgen dat je wendbaar bent en niet achter de feiten aanloopt. Ga in de regio’s aan de slag.
    Kaderartsen kunnen een goede koppositie innemen.

  3. Marco den Haan schreef:

    Helemaal raak!
    Wat een helder en vooral ook zinnig voorstel tot verandering!!
    Zou de tijd voor ‘loskoppeling’ dan toch rijp zijn??!
    Ik mag het hopen. Chapeau, wat mij betreft morgen starten met invoeren.

  4. Bart Adèr schreef:

    Goede nota.
    Oplossingsgericht met aandacht voor de hele spoedketen, dus integraal. Prima.
    Echte spoedzorg kan en mag grootschalig, en efficiënt.
    Kleinschaligheid is een essentiële voorwaarde voor de huisartsenzorg in de kernwaarden. Als we daar beter aan toekomen zal dat de druk op de spoedzorg waarschijnlijk reduceren.

  5. Ervina schreef:

    Mee eens

  6. a. vereecken schreef:

    Met “spoed” invoeren! Een stuk naar mijn hart.

  7. WGH Bouwmans schreef:

    Eens!

    (vph lid)

  8. Martin Luttikhuizen schreef:

    Wat goed dat jullie bezig zijn met deze stappen.
    Al jaren terug heb ik aangegeven op een bijeenkomst van de Spoedpost dat het mij verstandig leek om het doen nachtdiensten niet te verplichten .Huisartsen met interesse hiervoor kunnen zich dan vrijwillig hiervoor aanmelden.Mijn idee was om artsen voor de Spoedpost op te leiden die ook huisartsentaken kunnen doen.
    Toen was dit niet bespreekbaar.
    Afgelopen zomer bleken mijn nachtdiensten toch niet verkocht te kunnen worden, toen mijn collega op vakantie was. Ook overdag een waarnemer vinden lukte niet.
    Als praktijkhouder werd ik verplicht die nachten zelf te doen.
    Dit was bij mij een belangrijke reden om mijn praktijk te stoppen.
    Ik wens jullie succes bij het invoeren van deze plannen en hoop dat het werk beter hanteerbaar wordt.
    Mijn praktijk was een achterstandspraktijk, maar niet als zodanig aangemerkt vanwege de brede groenstroken in de wijk.

  9. Herman Suichies schreef:

    Beste Hans
    Helemaal eens. Huisartsenzorg is al teveel een regelsysteem geworden en de kernwaarden zoals continuiteit en kleinschaligheid dreigen daardoor verloren te gaan. Het is dan ook niet alleen de ANW zorg die verandering behoeft maar de beweging naar kleinschaligheid met praktijkverkleining is zeker ook nodig. De volgende MedZ gaat niet voor niets over kleinschaligheid. En de steun richting NZF die ook een cultuuromslag nastreeft waarbij de relatie patient- zorgverlener weer centraal staat en niet het systeem duwt dezelfde kant op. Maar de zorg is als een grote supertanker wiens koers niet zomaar verlegd is. Maar we duwen rustig door.

  10. Hans van der Schaaf schreef:

    Hoewel gezien de ontwikkelingen een begrijpelijke stap toch een paar opmerkingen:

    Van halverwege de vorige eeuw ontwikkelde de huisartsenzorg zich van de solistische huisarts met echtgenote als assistente naar solistische huisarts met een professionele assistente naar een solistische huisarts met assistente en een POH naar Hoeden met allerlei professies in huis.

    Parallel daar aan de ANW van solistische verantwoordelijkheid naar HAG verantwoordelijkheid en nu na de HAP mogelijk naar een organisatie zoals hier wordt voorgesteld.

    In politietermen heet dit ‘opschalen’. En ‘opschalen’ vindt plaats als de ontwikkelingen of processen te groot of te ingewikkeld worden om op de huidige schaal (nog) te kunnen managen.

    Dit proces wordt gevoed door maatschappelijke ontwikkelingen. En als de kraan waar de resultaten van deze ontwikkelingen uitkomen steeds meer afgeeft ga je al snel van glas, naar pan, naar teil, naar badkuip, naar zwembad om dit op te vangen.

    Los van het feit dat dit leidt tot situaties waarin de professional steeds minder invloed heeft op het zelf kunnen managen van het probleem, worden de oplossingen op gegeven moment van zulk een schaal dat ze niet meer toepasbaar, te organiseren of te betalen zijn. Een zwembad in huis is een lastige opgave. Ik denk dan ook dat de hier nu voorgestelde organisatie een laatst mogelijke stap is.

    Het lijkt mij dan ook zeer noodzakelijk te onderzoeken welke ontwikkelingen verantwoordelijk zijn voor de problemen waar de nu voorgestelde organisatie de oplossing voor moet zijn. En hoe daar mogelijk op andere wijze op in gesprongen kan worden.
    Een aantal ontwikkelingen kennen we natuurlijk: Vergrijzing, individualisering, afnemende zekerheden en toenemende angst dat er niemand is waar je op kunt terugvallen. Maar ook dat ‘regelsysteem’ logica wordt gebruikt waar dat niet nodig is of tot perverse effecten leidt.

    Daar is nu een tegenbeweging bij aan de gang. ‘Kleinschaligheid in de buurt’, ‘Zelfsturende teams’ zijn hier voorbeelden van. De huisartsenzorg zou hier bij moeten kunnen aansluiten door minder patiënten per praktijk en andere zaken die schaalvergroting van de huisartsenzorg verder voorkomen. Want als de huisartsenzorg alleen nog maar als ‘regelsysteem’ kan functioneren verliest het een belangrijke basiskwaliteit.

    Conclusie: Een prima voorstel deze nieuwe grotere organisatie, maar als niet tegelijkertijd een beweging de andere kant wordt ingezet zit Nederland wat betreft de huisartsenzorg straks zonder oplossingen die (genoemde) maatschappelijke ontwikkelingen bij kunnen houden.